Ze worden vaak in één adem genoemd. Maar WCAG en de European Accessibility Act zijn twee verschillende dingen — en het verschil is makkelijker dan je denkt.
WCAG: de richtlijnen
WCAG staat voor Web Content Accessibility Guidelines. Het zijn internationale richtlijnen die beschrijven hoe je een website of app toegankelijk maakt voor mensen met een beperking. Denk aan: goede kleurcontrasten, tekst die ook voorgelezen kan worden, formulieren die werken met een toetsenbord.
WCAG bestaat al een tijdje — de eerste versie stamt uit 1999. De meest gebruikte versie nu is WCAG 2.1, niveau AA. Dat is de praktische norm.
WCAG is geen wet. Het zijn richtlijnen.
De EAA: de wet
De European Accessibility Act is een Europese wet uit 2019. Vanaf 28 juni 2025 moeten bedrijven in de EU hieraan voldoen.
De wet geldt voor digitale diensten en producten — waaronder webshops, reisplatforms, bankdiensten en apps. Als jij een digitale winkel hebt en actief bent in Europa, val je er waarschijnlijk onder.
De EAA verwijst voor de technische invulling naar WCAG. Met andere woorden: de wet zegt dát je toegankelijk moet zijn, WCAG legt uit hóe.
Het verschil in één zin
WCAG = de richtlijnen. EAA = de wet die zegt dat je die richtlijnen moet volgen.
Wat moet je nu doen?
Als je een webshop of digitale dienst runt in Europa, zijn dit de eerste stappen:
- Laat een toegankelijkheidscheck doen op je website
- Zorg voor een accessibility statement
- Maak een plan om eventuele problemen op te lossen
De deadline van juni 2025 klinkt misschien ver weg. Maar als je website nog nooit is getoetst op toegankelijkheid, is er meer werk dan je denkt.